Singer-songwriter, gitarist, blues en folk, 1970

Paul Heetebrij is niet je doorsnee popartiest. Het best bewaarde geheim van Bemmel maakt scherpzinnige liedjes in zijn moerstaal…

Muzikaal is zijn muziek geworteld in de blues, country en folk. De recht-toe-recht-aan teksten zijn voorzien van een gezonde dosis zelfspot en relativering.

Live speelt Paul naast eigen werk ook tijdloze folk-, blues-, gospel- en countryliedjes van onder andere Mississippi John Hurt, Doc Watson, Rev. Gary Davis, Son House en Merle Haggard. Behalve een grote liefde voor de gitaar als totaal-instrument heeft Paul een zwak voor de verhalen die de liedjes vertellen.

Het gaat Paul niet om vluchtig succes. Het gaat hem erom de dingen te doen waar hij vierkant achter staat. En daarbij kan hij zich beter vinden in de zelf-doe-traditie van de folk dan in hitparades. Wat hij wil is gewoon spelen, liefst in kleine zalen en op kleine festivals.

U zocht eigenlijk Paul Heetebrij, de c# ASP.NET en SQL Server developer?
Of u wilt ook een website zoals deze? Dan leest u verder op Arvernus – Maatwerk Software.

Over het album ‘Halverwege’

Release: Maart 2014.

Recht-toe-recht-aan teksten in het Nederlands. Eenvoudige en afwisselende muziek met duidelijke wortels in de blues, country en folk.

In december 2011 begon Paul met het schrijven en opnemen van liedjes. Om de intimiteit van de demo’s vast te houden, besloot Paul om waar het kon alles zelf te spelen en thuis op te nemen.

Naast Paul zijn op dit album te horen:

  • Anthony Del Monte Lyon en Pascal Numan: drums;
  • Herman Jetten: tuba;
  • Serge Epskamp: achtergrondzang.

Serge Epskamp heeft ook de eindmix en de mastering voor zijn rekening genomen.

Een biografie in vogelvlucht

Mijn eerste instrument
was trompet bij een fanfare, op achtjarige leeftijd. Allereerst door het wisselen van tanden en later door een beugel is het niets geworden. Bij de fanfare werd het trommel. Thuis stond een orgel en mijn eerste akoestisch gitaar kreeg ik op mijn tiende jaar van mijn oma. Met 14 kocht ik mijn eerste electrische gitaar en dat bleef mijn belangrijkste instrument tot mijn 35e. Toen vond ik het leuker om op mijn terras te spelen, temidden van de vogels.

Frontcover van het album "Roemloos ten Onder - Zijn grootste successen (tot nu toe)" uit 2001. Foto van Irene Korff

Frontcover van het album “Roemloos ten Onder – Zijn grootste successen (tot nu toe)” uit 2001. Foto van Irene Korff

Mijn eerste liedjes
schreef ik op de basisschool. Ik begeleidde mezelf met gitaar, door met mijn duim de E-snaar in te drukken. De accoorden leerde ik pas op mijn 13e. (Ik ben autodidact)

Mijn eerste serieuze liedje, opgenomen in een home-studio met drums, bas, gitaar en toetsen, schreef ik op mijn 18e. Al vroeg investeerde ik in een homestudio. Een 4-sporen cassette-recorder, waarvan ik 1 spoor voor midi-sync gebruikte, vanwege de drumcomputer. (Alesis SR-16, nog steeds te koop.)

Op mijn 30e heb ik liedjes geschreven die door een band zijn opgenomen onder de naam Roemloos ten Onder.

Zoals Roemloos ten Onder was ook het project bedoeld waaruit het album Halverwege is ontstaan, toen ik er in december 2011 aan begon. Uiteindelijk liep het wat anders en ben ik zelf gaan zingen.



Godworst in de oefenruimte in Amsterdam. Midden jaren '90. Foto van Daniëlle Cornelissen

Godworst in de oefenruimte in Amsterdam. Midden jaren ’90. Foto van Daniëlle Cornelissen

Mijn eerste bandje
was op mijn 16e en van korte duur. Iemand hoorde mij op een keyboard spelen in een muziekwinkel en ik kwam op de repetitie binnen met een gitaar. Misverstandje. Maar kon moeilijk het huiskamerorgel op mijn fiets meenemen. Maar goed, deze ervaring heeft mij wel serieus laten investeren in goede spullen en heeft mij ook serieuzer aan het gitaarspelen gezet.

Daarna volgten nog enkele bandjes waar ik soms als gitarist en soms als toetsenist speelde. Begin ’90 woonde ik in Amsterdam en stuitte ik op een interessant bandje – geen 13 in 12 – dat later Godworst zou gaan heten. Daar heb ik ongeveer drie jaar gespeeld. Sinds kort bestaat Godworst trouwens weer.

Na Godworst speelde ik voornamelijk binnenshuis of op een enkele jamsessie, behoudens dan het project Roemloos ten Onder.

De homestudio waarmee ik mijn album Halverwege grotendeels heb opgenomen, begin 2014

De homestudio waarmee ik mijn album Halverwege grotendeels heb opgenomen, begin 2014

Mijn eerste kennismaking met de blues
is de muziek van Elvis via mijn vader en later van de muziek van de Rolling Stones uit hun begin-tijd dat ze nog oude blues-songs naspeelden. Een oom gaf mij een paar cassettebandjes. De bluesstijl die ik nu vaak speel (Piedmont) heb ik op mijn 17e leren kennen door een elpee van de band Hot Tuna. Met gitarist Jorma Kaukonen, beter bekend als gitarist van Jefferson Airplane. Ook leerde ik rond die tijd de muziek van Sonny Terry en Brownie McGhee kennen.
Mijn andere instrumenten
zijn basgitaar, banjo, mandoline, lapsteel, sythesizer/keyboard, mondharmonica en percussie. Afhankelijk van mijn plannen van het moment beheers ik een instrument meer of minder goed. Op Halverwege zijn alle instrumenten, minus de meeste drum-partijen en een bas-tuba, door mij ingespeeld.
Mijn voorbeelden
zijn er velen. Wat mentaliteit betreft vind ik Mississippi John Hurt inspirerend. Ondanks een bestaan van hard werken om een groot gezin te onderhouden heeft hij altijd met veel plezier en toewijding muziek gemaakt. Volgens zijn kleindochter was het een liefdevolle man die helemaal in zijn gitaar opging als hij speelde. Zijn huis in Avalon dient nu als een klein museum.
Wat ik verder luister
is ongeveer alles. Klassiek, jazz, wereldmuziek. Met de meeste popmuziek haak ik af na de jaren ’70. Af en toe zijn er uitzonderingen op deze regel.
Wat ik verder doe
is software programmeren. Vanuit mijn bedrijf: Arvernus. Daarnaast: Lezen, wandelen, concerten bezoeken, musea bezoeken en reizen. In het verleden heb ik redelijk fanatiek gesport, maar dat zit er niet meer in. Als je ook nog wilt slapen kun je maar een paar dingen tegelijkertijd goed doen.